Copy-formules die structuur brengen.
Bewezen copy-formules van AIDA tot PAS. Per formule: waarvoor je 'm inzet, het mechanisme, een zwak → sterk voorbeeld en de meest gemaakte fout.
Kern-persuasiestructuren13 entries
AIDA
AIDA staat voor Attention, Interest, Desire, Action — de klassieke vier-stapstructuur van vrijwel elke copytekst. Je pakt eerst aandacht, wekt interesse in wat komt, laat verlangen naar het resultaat ontstaan, en sluit af met één duidelijke actie.
AIDCAS
AIDCAS is AIDA met twee stappen erbij: Conviction (bewijs) en Satisfaction (nazorg). Je pakt aandacht, wekt interesse, bouwt verlangen, onderbouwt met bewijs, vraagt actie én zorgt dat de koper zich ná aankoop bevestigd voelt in de keuze.
PAS
PAS staat voor Problem, Agitate, Solution. Je benoemt het probleem, wrijft het pijnpunt actief in door de gevolgen voelbaar te maken, en biedt dán je oplossing. De agitatie is het hele draaipunt: zonder pijnbeleving geen actiebereidheid.
PASTOR
PASTOR staat voor Problem, Amplify, Story/Solution, Transformation/Testimony, Offer, Response. Het is de volledige verkoopboog voor long-form copy: van pijn benoemen tot bewijs, aanbod en actie. Waar PAS bij de oplossing stopt, gaat PASTOR door met verhaal, transformatie en aanbod.
BAB
BAB staat voor Before, After, Bridge. Je schetst de huidige situatie (Before), de gewenste situatie (After), en jouw aanbod als brug ertussen (Bridge). De formule verkoopt de transformatie, niet het product.
4 P's — Picture, Promise, Proof, Push
De 4 P's zijn Picture, Promise, Proof, Push. Je schetst eerst een beeld waarin de lezer zich herkent, doet dan een belofte, onderbouwt met bewijs en sluit met een duidelijke duw richting actie. Het beeld doet het emotionele werk, bewijs het rationele.
PPPP — Problem, Promise, Proof, Proposal
PPPP (variant) staat voor Problem, Promise, Proof, Proposal. Waar de klassieke 4 P's met een beeld begint, opent deze variant met het probleem. Je noemt de pijn, belooft de oplossing, bewijst dat 't werkt, en presenteert het concrete aanbod.
FAB — Features, Advantages, Benefits
FAB staat voor Features, Advantages, Benefits. Je vertaalt elk product-kenmerk (Feature) naar hoe het werkt (Advantage) en wat het voor de lezer betekent (Benefit). De formule dwingt je om nooit alleen kenmerken op te sommen, altijd de betekenis erbij.
QUEST — Qualify, Understand, Educate, Stimulate, Transition
QUEST staat voor Qualify, Understand, Educate, Stimulate, Transition. Je begint met kwalificeren (is dit voor de lezer?), toont begrip van hun situatie, leert ze iets nieuws, wekt verlangen naar de oplossing, en verplaatst ze richting actie. Het is verkopen als begeleiden.
ACCA — Awareness, Comprehension, Conviction, Action
ACCA staat voor Awareness, Comprehension, Conviction, Action. Je maakt eerst bewust dat er iets speelt (Awareness), zorgt dat de lezer 't begrijpt (Comprehension), bouwt overtuiging op met bewijs (Conviction), en vraagt om actie. Ideaal voor unaware doelgroepen.
AAPPA — Attention, Advantage, Proof, Persuasion, Action
AAPPA staat voor Attention, Advantage, Proof, Persuasion, Action. Waar AIDA start met interesse-opbouw, springt AAPPA direct van aandacht naar voordeel — en gebruikt Proof + Persuasion om skepsis weg te nemen voor de klik.
APP — Agree, Promise, Preview
APP staat voor Agree, Promise, Preview. Sterke intro-formule: erken eerst iets waar de lezer 't mee eens is, doe een belofte over wat komt, en geef een voorproefje. Ideaal als openings-blok — niet als volledige verkoopstructuur.
SLAP — Stop, Look, Act, Purchase
SLAP staat voor Stop, Look, Act, Purchase. Micro-formule voor advertenties waar je binnen 2 seconden alles moet doen: de scrol stoppen (Stop), aandacht vasthouden (Look), tot actie aanzetten (Act), tot koop bewegen (Purchase). Voor bumper-lengte content.
Kwaliteitstoetsen3 entries
The 4 C's — Clear, Concise, Compelling, Credible
De 4 C's zijn Clear, Concise, Compelling, Credible. Geen verkoop-formule maar een kwaliteitstoets: elke tekst moet duidelijk zijn (Clear), beknopt (Concise), aantrekkelijk (Compelling) en geloofwaardig (Credible). Faalt de tekst op één, faalt hij als geheel.
The 4 U's — Useful, Urgent, Unique, Ultra-specific
De 4 U's zijn Useful, Urgent, Unique, Ultra-specific. Een toets voor koppen, hooks en onderwerpregels: is 't nuttig, dringend, uniek en ultra-specifiek? Elke sterke headline scoort op minimaal 3 van 4.
SUCCES — Simpel, Unverwacht, Concreet, Credible, Emotioneel, Story
SUCCES is de Nederlandse variant van Heath's SUCCESs-model: Simpel, Unverwacht, Concreet, Credible, Emotioneel, Story. Kwaliteitstoets voor boodschappen die blijven hangen — merkverhalen, pitches, campagnes.